Herman: ‘Wat gij niet wilt dat u geschiedt doe dat ook een ander niet.’

Geplaatst op:

Herman groeide op in een harmonieus gezin met zijn jongere zus, in het pittoreske Oirschot. Zijn vader kwam uit Duitsland, waardoor hij een Duitse achternaam draagt. De verbondenheid met Duitsland was van jongs af aan aanwezig: op zondag werden Duitse televisieprogramma’s gekeken en iedere twee maanden bezocht het gezin familie over de grens. Zijn moeder zong in de Cantorij, een vierstemmig klassiek koor dat de missen opluisterde met muziek van onder anderen Mozart en Haydn. Herman genoot daar intens van. Muziek, religie, verhalen en de verbondenheid tussen mensen vormden al vroeg een belangrijk onderdeel van zijn leven.

‘Als kind was ik sportief en actief. Volleybal, turnen en ik zat veel met mijn neus in de boeken. Vooral verhalen over de oorlog fascineerde me. Die belangstelling zou een rode draad in mijn leven worden.’ Voor zijn scriptie onderzocht hij de betekenis van het katholieke geloof bij het ouder worden. Hij interviewde daarvoor tien ouderen en nam ook het levensverhaal van zijn oma op. Zij was ook aanwezig bij de verdediging in Tilburg.

Na het gymnasium koos Herman aanvankelijk voor beleidswetenschappen. Een ingrijpende gebeurtenis veranderde echter zijn richting. ‘Iemand die me dierbaar was, maakte door zelfdoding een einde aan het leven. Dit bracht me ertoe te stoppen en een pas op de plaats te maken.’ Hij vervolgde zijn weg met de studie theologie aan de Universiteit van Tilburg. ‘Het was écht een warm bad. Kleinschalig, persoonlijk met ruimte om in eigen tempo te leren.’ Hij koos voor pastoraaltheologie in combinatie met pastorale pastoraalpsychologie. ‘Dat was op mijn lijf geschreven omdat ik een écht mensenmens ben.

’In zijn persoonlijke leven heeft Herman al 28 jaar een relatie met zijn man. Ze kennen elkaar al uit de studententijd. Herman: ‘We zijn twee uitersten: extravert en introvert, alpha en beta. Juist die verschillen zijn waardevol. We laten zien dat mensen niet hetzelfde hoeven te zijn om elkaar te kunnen aanvullen.’

Barmhartigheid is een belangrijke waarde in Hermans leven. Hij verwijst daarbij naar Franciscus en naar de gedachte: ‘wat gij niet wil dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet’. Elkaar helpen vooral mensen die kwetsbaar of onderdrukt zijn, vormt een belangrijk uitgangspunt in zijn handelen. Een andere levensles die steeds terugkeert, is: ‘de dood heeft niet het laatste woord, maar het leven.’

Een belangrijk deel van zijn levenswerk is de Smolinski Foundation. Deze naam stamt af van zijn oorspronkelijke Poolse familienaam. Vanaf zijn vijfendertigste interviewt hij mensen die de Holocaust of de Japanse kampen hebben overleefd. Inmiddels heeft hij honderden levensverhalen verzameld. ‘Ik ben gefascineerd door de vraag waar mensen in omstandigheden van gevangenschap en oorlog hun kracht vandaan halen. In ieder levensverhaal zoek ik naar krachtbronnen en naar manieren waarop mensen met hun pijn en trauma hebben leren leven.’ Hij heeft hier een documentaire, Auschwitz, ons verhaal van gemaakt en geeft gastlessen op middelbare scholen om een bijdrage te leveren aan meer verdraagzaamheid en om leerlingen bewust te maken waar vooroordelen, racisme en antisemitisme toe kunnen leiden.

Die belangstelling voor levensverhalen, zingeving, kunst en veerkracht loopt als een rode draad door zijn werk. Herman beweegt gemakkelijk tussen verschillende culturen en levensbeschouwelijke tradities. Zijn ervaringen met de zusters van de Franciscanessen en de Karmel in Oirschot hebben hem sterk gevormd. Hij raakte er onder de indruk van hun wijsheid, spiritualiteit en vrijdenkende houding. Ook kunst speelt een belangrijke rol. Hij geeft onder andere lezingen over het werk van Marc Chagall en Charlotte Salomon.

In zijn werk als geestelijk verzorger is Herman actief bij drie verpleeghuizen binnen Surplus, Vredenbergh, Westerwiek en Vuchterhage. Daarnaast werkt hij zelfstandig voor Zinvol en een vergelijkbare stichting in de regio Tilburg waarbij hij mensen in de thuissituatie begeleidt. Herman wil niet zozeer een oplossing aandragen. Hij ziet zichzelf vooral als begeleider en ondersteuner. Bij zingevingsvragen gebruikt hij bijvoorbeeld het diamantmodel om mensen meer innerlijke en letterlijk meer ademruimte te laten ervaren. Ook mindfulness-, ademhalings- en zintuiglijke oefeningen kunnen daarbij helpen. Zijn uitgangspunt is dat mensen uiteindelijk zelf hun weg moeten vinden, maar dat je hen wel gereedschap kunt aanreiken om verder te kunnen.

‘Ik heb geleerd dat niet alles maakbaar is. Soms lukt herstel niet en blijft er pijn. Dan gaat het er niet om die pijn weg te nemen, maar om ermee te kunnen zijn. Ik heb een onzichtbaar rugzakje met gereedschap waaruit ik op verschillende momenten iets kan halen. In gesprekken tast ik eerst af wat iemand nodig heeft. Mijn kracht ligt bij het werkelijk aanwezig zijn bij de mensen.’

Dat wordt duidelijk in zijn herinnering aan een man die moeilijk kon sterven. Deze teruggetrokken man had nauwelijks vrienden en kon moeilijk loslaten. Uiteindelijk reikte hij zijn hand uit toen hij alleen in het gezelschap van Herman was en stierf hij. Herman begeleidde ook zijn afscheid, in een kleine en persoonlijke kring. ‘Zulke ervaringen bevestigen dat geestelijke verzorging uiteindelijk draait om nabijheid: trouw blijven aan iemand, juist wanneer het leven kwetsbaar wordt.’

Herman is inmiddels meer algemeen geestelijk verzorger geworden. Zijn katholieke achtergrond blijft onderdeel van hem, maar zijn eigen levensweg heeft hem geleerd om open te staan voor verschillende mensen, culturen en overtuigingen.  Zijn spirituele reis bestaat voor hem uit al deze ervaringen samen.
Nieuwsgierig naar het werk van de Smolinski Foundation? Kijk voor meer informatie op www.smolinski.nl

Tekst: Jessie Vermeer

Scroll naar boven